HWN Hypotheekcentrum West Nederland heeft voor u een uitgebreid ABC met veelgebruikte termen opgesteld.
Aanvangsschuld Hoogte van de oorspronkelijke hypothecaire geldlening.
Acceptatie van hypotheekofferte Door de hypotheekofferte te ondertekenen, sluit u de overeenkomst met de bank.
Administratiekosten De kosten die een hypotheekinstelling in rekening brengt voor het behandelen van een hypotheekaanvraag.
Afkoopwaarde De afkoopwaarde is het bedrag dat wordt uitgekeerd bij voortijdige beëindiging van een levensverzekering. Dit is de tot dat moment opgebouwde waarde van de levenpolis eventueel verminderd met diverse kosten.
Aflossingsschema De manier waarop bij de verschillende hypotheekvormen de aflossing van de schuld plaats heeft.
Afsluitkosten Dit is het bedrag dat de geldgever in rekening brengt bij het afsluiten van de hypotheek.
Annuleringskosten Sommige geldverstrekkers brengen kosten in rekening wanneer u afziet van een hypotheek, terwijl u de offerte eerder had geaccepteerd.
Bandbreedterente Variatie op een variabele rente. Het is een vaste rente met over het algemeen een boven- en een ondermarge (bandbreedte) van een contractueel vastgelegd rentepercentage. Wanneer de marktrente de marge overschrijdt wordt ‘vaste’ rente verhoogd of verlaagd. De verhoging of verlaging is ter grootte van het verschil tussen de boven/ondermarge en de marktrente.
Bankgarantie Een verklaring waarin de bank garant staat voor de borgsom die de koper aan de verkoper moet betalen, indien de koper in gebreke blijft. Deze verklaring dient als alternatief voor het daadwerkelijk storten van de borgsom.
Belastbaar inkomen Het inkomen dat bepalend is voor de belastingheffing. Het belastbaar inkomen wordt vastgesteld via het boxenstelsel en bestaat o.a. uit inkomen uit arbeid en eigen woning, bijtellingen (zoals auto van de zaak en eigenwoningforfait) en aftrekposten (zoals betaalde hypotheekrente en betaalde alimentatie).
Bereidstellingsprovisie Als u de geldigheidstermijn van een offerte wilt verlengen, betaald u hiervoor, in geval van een rentestijging, soms een bepaald bedrag.
Bijleenregeling De bijleenregeling heet eigenlijk de Beperking Aftrek Hypotheekrente. Dit is een beperking van het fiscale voordeel van de aftrekbaarheid van rente op uw woning als er sprake is van overwaarde van de woning. De overwaarde kunt u zien als de winst op uw woning. De Bijleenregeling zorgt ervoor dat u deze overwaarde bij verhuizing volledig moet gebruiken als financiering voor uw nieuwe huis (althans, u mag wel meer lenen, maar – kort gesteld -, voor de aftrekbaarheid van de rente op uw woning dient de overwaarde in aftrek te worden gebracht op de nieuwe opgenomen schuld). Het aftrekbare deel van de nieuw
BKR Bijna alle leningen die u aangaat worden geregistreerd bij het Bureau Kredietregistratie in Tiel (BKR). Deze registratie is van invloed op de hoogte van het hypotheekbedrag dat u kunt lenen. Daarnaast registreert het BKR of u de afbetalingen op deze leningen tijdig voldoet. Zoniet dan kunt u een A-codering krijgen (achterstandscodering). Met zo’n codering is het moeilijk om een hypotheek te krijgen, maar niet onmogelijk.
Boeterente De boeterente is een bedrag dat de geldverstrekker in rekening brengt bij het vroegtijdig aflossen van de hypotheek wanneer de rentevaste periode nog niet is verstreken en niet wordt voldaan aan een geldige reden van aflossing.
Boetevrije aflossing Vrijgesteld bedrag, meestal uitgedrukt in een percentage van het (oorspronkelijk) geleende hypotheekbedrag, dat jaarlijks boetevrij mag worden afgelost op de hypotheek. De meeste geldverstrekkers hanteren een percentage tussen de 10 en 20% .
Bouwdepot Wanneer u een woning laat bouwen, moeten er op verschillende momenten rekeningen worden betaald. Hiervoor wordt op het moment van het kopen van de grond de gehele hypotheek afgesloten. Het geld wordt gestald op een aparte rekening. Hiervan worden de rekeningen betaald. Over het bedrag in depot ontvangt u rente.
Bouwfinanciering Een gereserveerd bedrag specifiek voor een nieuwbouwwoning. Het hele hypotheekbedrag wordt op een rekening gezet, waarvan u de bouwtermijnen betaalt. Over het gereserveerde bedrag ontvangt u rente (in veel gevallen gelijk rentepercentage welke over de hypotheek wordt betaald) van de bank.
Bouwrente De bouwrente is de hypotheekrente die u betaalt ten behoeve van een huis, dat nog gebouwd moet worden. Berekend vanaf de datum die de aannemer in de koop-aanneemovereenkomst plaatst tot de datum van het tekenen van deze overeenkomst. Betreft een netto rente welke niet in aanmerking komst voor belastingaftrek.
Bouwtermijnen De gedeeltes van de totale koop-/aanneemsom die, vooraf vastgesteld, periodiek in rekening worden gebracht bij de koper.
Box I Met deze box krijgt iedereen te maken. In deze box valt inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen woning en winst uit onderneming. Hier vindt ook de verrekening plaats van de hypotheekrenteaftrek.
Box II Wanneer u in het bezit bent van meer dan 5% aandelen van een vennootschap (men noemt dit aanmerkelijk belang) wordt u belast in deze box. Daarvoor geldt een vast tarief van 25%.
Box III Alles wat niet in de eerste twee boxen valt komt in Box III. In de praktijk gaat het om bezittingen zoals spaartegoeden, beleggingen en onroerend goed (dat niet dient als hoofdwoning) en schulden zoals consumptieve leningen en een hypotheek op een tweede woning. De fiscus gaat uit van een fictief rendement van 4% over het saldo van uw bezittingen en schulden. Dit rendement wordt belast met 30%. Dit komt neer op 1,2% belasting over uw vermogen (vermogenrendementsheffing).
Boxenstelsel Bij de nieuwe belastingwetgeving 2001 wordt uw inkomen verdeeld over drie boxen. Het zogenaamde boxenstelsel. Elke belastingbox kent zijn eigen tarief.
Bufferrente Zie bandbreedterente.
Click-vast rente Variabele rente waarbij men contractueel een plafond afspreekt tot waar de variabele rente kan stijgen. Wanneer de variabele rente het plafond ‘raakt’ klikt de rente vast tegen dat rentepercentage tot het einde van de vooraf gestelde duur van de ‘click-vast’-periode.
Conversiekosten De kosten die u moet betalen als u van de ene rentevaste periode overgaat naar de andere, ook wel verlengingskosten.
Dagrente De rente die geldt op een bepaalde dag voor een nieuw af te sluiten hypotheek met een bepaalde rentevaste periode. Dit geldt ook voor een verlenging van de rentevaste periode.
Depotrente De rente die u ontvangt over het saldo van uw bouwdepot.
Disagio Een gedeelte van de hypotheekrente bij aanvang van de hypotheek ineens te voldoen.
Economische looptijd De periode waarin de hypothecaire lening volgens het bij de verstrekking overeengekomen aflossingsschema geheel zou moeten worden afgelost. Vaak is dit 30 jaar.
Effectieve rente Het rentepercentage dat men over zijn hypotheekschuld betaalt, waarbij rekening wordt gehouden met bijkomende kosten van een hypotheek, afsluitprovisie en het tijdstip waarop de hypotheekrente is verschuldigd (vooraf, achteraf, per maand of per kwartaal).
Eigen geld Geld waarover u vrij de beschikking heeft om bijvoorbeeld een deel van de eigen woning te financieren of aan te wenden voor een optimale hypotheek.
Eigenwoningforfait De denkbeeldige inkomsten uit de eigen woning uitgedrukt in het zogenoemde eigenwoningforfait. Bij de aangifte inkomstenbelasting dient dit forfait bij het inkomen te worden opgeteld. De hoogte van deze fiscale huurwaarde is een bepaald percentage van de WOZ-waarde (Wet Onroerende Zaakbelasting) van de woning. De WOZ-waarde is de waarde van de woning in lege staat en wordt door de gemeente bepaald.
Eigenwoningrente Term die wordt gehanteerd voor leningen (niet alleen hypotheek) die dienen voor aankoop, onderhoud of verbetering aan de woning. Hierdoor komen zij in aanmerking voor hypotheekrenteaftrek in Box I.
Erfpachtcanon De aftrekbare periodieke (gemeentelijke) heffing op grond dat in erfpacht is uitgegeven.
Expiratiedatum De datum dat een contract of afspraak afloopt. Bijvoorbeeld de einddatum van een verzekering of rentevaste periode.
Extra aflossing Een aflossing die u, hetzij verplicht (opgelegd door de geldverstrekker), hetzij vrijwillig, doet boven het bedrag dat u in de gekozen hypotheekvorm af moet lossen.
Extra storting Een extra premiebetaling aan de verzekeringsmaatschappij waarmee u de looptijd van uw verzekering kan verkorten of u periodieke premie verlagen.
Financieringskosten De kosten van het financieren van het nieuwe huis of van de vervangende hypotheek.
Fiscaal aftrekbaar Van uw belastbaar inkomen af te trekken, zoals hypotheekrente en kosten die samenhangen met het verkrijgen van de financiering.
Fiscaal voordeel Het bedrag dat u minder aan loon/inkomstenbelasting en sociale premies hoeft te betalen in verband met onder andere hypotheekrenteaftrek.
Gezondheidsverklaring Formulier met persoonlijke gezondheidsvragen. Het dient te worden ingevuld bij de aanvraag van een verzekering met een overlijdens- of arbeidsongeschiktheidsdekking. Bij twijfel over de gezondheid en bij hoge verzekerde bedragen kunnen er aanvullende vragen of een medische keuring worden geëist.
Grondrente Rentevergoeding voor de grondkosten tussen het moment van aankoop en moment van daadwerkelijke overdracht.
Heffingskorting Vaste korting op de totale belastingsom (in plaats van belastingvrije som) in het huidige belastingstelsel (2001). Naast deze algemene korting zijn er nog extra kortingen zoals ouderenkorting en arbeidskorting.
Herbouwwaarde Het (getaxeerde) bedrag dat benodigd is om een woning, die bijvoorbeeld is afgebrand, te herbouwen. Deze waarde is nodig voor een opstalverzekering en kan worden opgenomen in een taxatierapport.
Hoofdelijke aansprakelijkheid Bij het aangaan van een verplichting, bijvoorbeeld een hypotheek, stelt men één of meerdere personen persoonlijk aansprakelijk voor de verantwoordelijkheden die aan die verplichting zitten.
Hypothecaire geldlening Geldlening welke verstrekt wordt met als zekerheid een onroerend goed, waarop een hypotheek ten gunste van de geldverstrekkers wordt gevestigd.
Hypothecaire inschrijving Een hypotheek wordt ingeschreven in het zogenaamde hypotheekregister. Daarin staat het bedrag en perso(o)n(en) die de hypotheek is/zijn aangegaan. Men kent meerdere soorten inschrijvingen: de bankhypotheek, de krediethypotheek en de vast inschrijving.
Hypotheek Een notarieel vastgelegd zekerheidsrecht op een onroerende zaak, die regelt dat de onroerende zaak onder bepaalde voorwaarden dient als onderpand voor een vordering.
Hypotheekakte Een hypotheekakte is de overeenkomst tussen u en de hypotheekinstelling, opgesteld door de notaris.
Hypotheekaktekosten De kosten die de notaris berekent voor het passeren van de hypotheekakte, vermeerderd met de kosten van inschrijving in het hypotheekregister.
Hypotheekgever De eigenaar van de onroerende zaak, die het recht van hypotheek verleend.
Hypotheeknemer De instelling die de financiering verstrekt en daarom het recht van hypotheek krijgt.
Hypotheekregister Een door het kadaster gevoerde openbare administratie waarin alle gevestigde hypotheken staan geregistreerd.
Hypotheekrente De vergoeding die men verschuldigd is voor de hypothecaire lening. De rente over schulden die zijn aangegaan voor aankoop of verbetering van de eerste eigen woning zijn aftrekbaar van het belastbare inkomen.
Inschrijving Inschrijving van de hypotheek in de openbare registers, die er voor zorgt dat de hypotheek van kracht wordt. Inschrijving wordt verzorgd door de notaris en dient zo snel mogelijk na het passeren van de hypotheekakte plaats te vinden.
Juridische looptijd Periode waarvoor de overeenkomst is afgesloten en de rente is vastgelegd. Met andere woorden de duur van de eerste rentevaste periode.
KEW Afkorting van Kapitaalverzekering Eigen Woning. Deze verzekering is gekoppeld aan de hypotheek die rust op een woning die dient als hoofdwoning, waardoor de uitkering vrijgesteld is van belasting wanneer deze wordt uitgekeerd. De maximale vrijstelling van deze uitkering wordt jaarlijks door de fiscus vastgesteld.
Margerente Zie bandbreedterente.
Medehoofdelijk Schuldenaarschap Een juridische verbintenis van een derde (ouders) welke zich “borg” stelt voor de terugbetaling. Veelal worden ouder(s) meeverbonden voor korte duur om een hogere hypotheek te verkrijgen dan feitelijk mogelijk was.
Meeneemfaciliteit Mogelijkheid om een hypotheek binnen een bepaalde periode mee te nemen naar een andere woning.
Nationale Hypotheek Garantie (NHG) Nationale Hypotheek Garantie staat voor een landelijke overheidsregeling, waarbij de Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen borg staat voor de betaling van uw rente en aflossing. Uw inkomen, de lening en de woning moeten voldoen aan de normen van het Waarborgfonds. Uw hypotheek mag maximaal € 350.000,- (voorlopig tot januari 2011) bedragen, dit is inclusief alle bijkomende kosten. Met NHG krijgt u bij veel geldverstrekkers korting op de hypotheekrente.
Nominale rente De rente op jaarbasis, die in twaalf maandelijkse termijnen betaald dient te gaan worden. Zie ook ‘Effectieve rente’.
Notariskosten De notaris berekent kosten voor het opstellen van de hypotheekakte en de overdrachtsakte (ook wel transportakte genoemd).
Onroerende Zaak Belasting (OZB) Een belasting op een onroerende zaak, opgesplitst in een gebruikersdeel en een eigenaarsdeel. Als eigenaar/bewoner dient u beide te betalen.
Open eind Levensverzekering zonder definitieve einddatum.
Overbruggingskrediet Lening om de tijd te overbruggen tussen de aankoop van de nieuwe en de verkoop van de oude woning, indien er op dat laatste moment eigen geld vrijkomt.
Overdraagbare premie De subsidie die overgaat van de oude naar de nieuwe eigenaar van een premiewoning.
Oversluiten De huidige hypotheek opnieuw afsluiten op andere voorwaarden en meestal tegen een lagere rente. Dit kan ook bij een andere instelling. In de meeste gevallen zijn oversluitkosten verschuldigd. Als de nieuwe hypotheek wordt afgesloten bij een andere instelling of bij een verhoging van het leningsbedrag dient u ook rekening te houden met de kosten van een nieuwe hypotheekakte.
Overstapfaciliteit Mogelijkheid om over te stappen van een variabele rente naar een vaste rente.
Overwaarde Het verschil tussen de waarde van een pand en de hypotheekschuld, voor zover deze positief is. Dit is ‘stil’ vermogen, besloten in een woning.
Pandrecht Geeft de pandhouder de mogelijkheid rechten uit te oefenen op een levensverzekering. Een verpande verzekering mag u alleen met toestemming van de pandhouder wijzigen.
Passeren Het ondertekenen van de hypotheek- en transportakte bij de notaris, waardoor deze geldig worden.
Plafondrente Zie bandbreedterente.
Premiedepot Het premiedepot is een, aan de hypotheek verpande en geblokkeerde renterekening, bedoelt om (een deel van) de premies te betalen van de eveneens aan de hypotheek verpande levensverzekering.
Premievrij maken Op verzoek en in overleg met de maatschappij kan de premiebetaling van een levensverzekering worden stopgezet terwijl de waarde behouden blijft en de verzekering blijft doorlopen. Vaak gebeurt dit bij een hoge poliswaarde en genoeg aantal jaren betaalde premie (volgens de Belastingwetgeving 2001).
Pro Resto hoofdsom De nog openstaande (hypothecaire) schuld na aftrek van alle (administratieve) aflossingen en kosten.
Rekenrente De wettelijk verplichte vaste rente over het betaalde bedrag bij traditionele levensverzekeringen.
Renteverlies tijdens bouw Hypotheekrente, door u verschuldigd tijdens de bouw van een huis. Deze last heeft u naast uw huidige woonlasten. Vaak kunt u renteverlies meefinancieren, zodat u niet met dubbele woonlasten zit. Gaat in vanaf de datum dat de koop-aanneemovereenkomst is getekend.
Rentebedenktijd Bepaalde periode waarbinnen de rente voor een vaste termijn kan worden vastgezet. Vaak een periode van één of twee jaar, zodat u een geschikt moment kunt afwachten.
Renteherziening Moment waarop een rentevaste periode afloopt en een nieuwe rentevaste periode gekozen moet worden.
Rentemiddeling Een nieuw rentepercentage vaststellen door het rentepercentage van de voorgaande hypotheekperiode op te tellen bij het nieuwe (dag)rentepercentage en beide (gewogen) te delen. Deze rentemiddeling vindt vaak plaats bij een hypotheekverhoging voor een verbouwing of bij verhuizing.
Renteopslag Een opslag op de basisrente. Bijvoorbeeld in het geval van een tophypotheek.
Renteselect Zie bandbreedterente.
Rentevaste periode De hypotheekrente wordt bij het afsluiten van de hypotheek voor een bepaalde periode overeengekomen (bijvoorbeeld 5 of 10 jaar). Na de rentevaste periode wordt de rente op de renteherzieningsdatum aangepast aan de dan gelden rentestand, voor een nieuwe door u te kiezen periode.
Restschuld Het gedeelte van de oorspronkelijke lening dat nog open staat.
Royeren Uitschrijven/doorhalen van een hypotheek uit het Hypotheekregister.
Stabielrente Zie bandbreedterente.
Starterslening De Stichting Stimuleringsfonds Volkhuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVn) biedt een product dat koopwoningen makkelijker bereikbaar maakt: de Starterslening. De starterslening is bedoeld om het verschil te overbruggen tussen de kosten van de aankoop van de woning en de maximaal mogelijke lening voor de koper. Het is een aanvullende lening op een reguliere hypotheek. De Starterslening wordt verstrekt voor maximaal 30 jaar en is, in ieder geval, de eerste 3 jaar renteloos en aflossingsvrij. Na drie jaar wordt, op basis van uw dan geldende persoonlijke situatie, bekeken of er rente en aflossing over de Starterslening betaald kan worden. Indien dit het geval is dan wordt de Starterslening aangepast aan uw nieuwe, persoonlijke situatie. Voor de Starterslening wordt een tweede hypotheek gevestigd op de woning. De Starterslening is in een beperkt aantal gemeenten mogelijk. Iedere gemeente stelt zelf de voorwaarden vast om in aanmerking te komen. De aanvrager moet echter altijd een hypotheek afsluiten met Nationale Hypotheek Garantie.
Stichtingskosten Alle kosten inclusief meerwerk die worden gemaakt voor de aankoop van een nieuwbouwwoning.
Successierechten Na overgang van eigendommen na overlijden dient de ervende nieuwe eigenaar belasting te betalen.
Transportakte Overdrachtsakte, die de notaris opmaakt bij de koop en verkoop van onroerende zaken en die wordt ingeschreven bij het kadaster.
Tweede hypotheek In bepaalde gevallen is het mogelijk een tweede hypotheek af te sluiten op eenzelfde pand, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van overwaarde.
Unit-linked verzekering Verzekering waarbij er gespaard wordt door te beleggen in één of meer beleggingsfondsen. Het spaardeel wordt gebruikt om ‘units’ aan te kopen. Vaak kan worden gekozen uit o.a. aandelen-, obligatie- en mixfondsen.
Universal-life verzekering Verzekering opgezet vanuit het Universal-Life principe waarbij de ingelegde premies worden belegd in units. Die units worden weer verkocht om bepaalde dekkingen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid te financieren. Deze vorm van verzekeren kenmerkt zich door een hoge mate van flexibiliteit.
Variabele rente U betaalt geen vast percentage, maar een rente die per maand of kwartaal varieert.
Vaste inschrijving Vermelding in het hypotheekregister waarbij sprake is van een zogenaamd dalend hypotheekrecht. De geldverstrekker mag dan niet meer vorderen dan de nog openstaande hypotheekschuld vermeerderd met rente en kosten.
Vermogensrendementsheffing Term voor de wijze waarop in Box III het vermogen minus de schulden wordt belast. In de regel komt deze belasting neer op een tarief van 1,2% over huidige vermogen na aftrek van mogelijke vrijstellingen.
Verpanding Via hypotheekakte vastgelegde verplichting dat (bijvoorbeeld) een levensverzekering onlosmakelijk verbonden is aan een hypotheek als aflossingsverplichting.
Verwervingskosten Het totaal benodigde bedrag om het huis te kunnen kopen (verwerven).
Voorfinanciering De subsidie op premiewoningen of (sociale) koopwoningen kan door de bank worden voorgeschoten en tussen de overheid en bank worden verrekend.
Voorlopige teruggaaf Een eigen woning bezitter mag onder andere de hypotheekrente opvoeren als aftrekpost inkomstenbelasting. Dat leidt tot een belastingteruggave, die in plaats van per jaar achteraf ook per maand achteraf kan worden uitbetaald. U ontvangt dan een voorlopige teruggave rechtstreeks van de Belastingdienst. Eventueel te veel of te weinig terug ontvangen belasting wordt achteraf verrekend met de definitieve aanslag inkomstenbelasting.
Waarborgsom Mogelijke zekerheidsstelling bij een koop van een (bestaande) woning voor de verkoper tot aan transportdatum waarbij de koper een bedrag (tot 10% van de afgesproken koopsom) overmaakt aan de notaris. Dit kan ook via een bankgarantie.
Weduweverklaring Verklaring bij verzekeringsvorm waarbij, ter besparing van het successierecht, de echtgenoot/echtgenote van de geldnemer als eerste bevoordeelde voor het verzekerde kapitaal bij overlijden aangewezen wordt. Dit onder de verbintenis dat deze de uitkering aanwendt voor de aflossing van de hypotheekschuld.
Wet Brede Herwaardering Verzekeringswet van 1992 tot en met 2000 die vermogensopbouw via kapitaalverzekeringen beperkt middels vrijstellingen, duur en maximale inleg. Sinds de invoering van de belastingherziening 2001 inhoudelijk gedeeltelijk opgenomen in het nieuwe boxenstelsel via overgangsrecht en vaste bepalingen en vrijstellingen in Box I en Box III.